Hij die mijn Europese blind spots minder blind maakte

Mathieu Segers leerde mij Europa van boven én van onder te bekijken: via instellingen en verdragen, maar ook via cafés, literatuur en het dagelijkse leven. Een persoonlijk eerbetoon aan de denker die mijn Europese blinde vlekken minder blind maakte.

Share
Het boek Reis naar het continent van Mathieu Segers naast een espressokopje van Café Zondag in Maastricht.
Reis naar het continent in Café Zondag, een van de favoriete plekken van Mathieu Segers in Maastricht.

Ik draag dit project in zekere zin op aan Mathieu Segers - niet alleen uit dankbaarheid voor wat hij over Europa schreef, maar vooral om de manier waarop hij mij, en vele anderen, heeft leren kijken. Naar Europa van boven en van onder, vanuit noord, zuid, oost en west, door de ogen van bestuurders én schrijvers, historici én burgers. Mathieu maakte mijn Europese blinde vlekken minder blind. Europe’s Blind Spots wil verder kijken vanuit die verruimde blik.

Ik ben soms jaloers op het perspectief van waaruit Mathieu naar Europa keek. Als het kon, zou ik zijn blik wel eens voor een dag willen lenen: die uitzonderlijk scherpe, gelaagde, analytische en tegelijk menselijke manier van kijken. Maar ook zonder die blik te bezitten, heeft hij mij anders leren zien - naar Europa, naar de wereld en naar de mens. Breder, dieper, fundamenteler. Niet alleen op een abstract-intellectuele manier, maar ook heel concreet, maatschappelijk en menselijk.

Wat mij in zijn werk altijd heeft getroffen, is dat hij als weinig anderen een discours van high politics wist te verbinden met de Europese woonkamer. Hij kon structuren vertalen naar straten, instellingen naar mensen, verdragen naar het dagelijkse leven. Bij hem bleef Europa nooit steken in een taal van toppen, raden, verdragen en institutionele schema’s. Hij begreep hoe besluiten in Brussel en Straatsburg doorwerken in cafés en op marktpleinen, in nationale herinneringen, in de gevoeligheden van burgers en in het vaak onzichtbare weefsel van de samenleving.

Dat is voor mij een van zijn grootste verdiensten: hij beschreef Europa niet als een machine, maar als een levend geheel.

Europa van boven en van onder

Mathieu leerde mij Europa tegelijk van boven en van onder te bekijken.

Van boven: als een ruimte van instellingen, macht, wetgeving, diplomatie, regeringsleiders, historische compromissen en geopolitieke belangen. Hij kende de logica van Parijs en Berlijn, van Brussel en Straatsburg, van verdragen en besluitvorming. Hij kon scherp analyseren hoe de Europese Unie werkelijk functioneert en hoe nationale belangen, historische gevoeligheden en politieke macht elkaar beïnvloeden.

Maar hij keek even nadrukkelijk van onder. Naar de straat en het café, naar literatuur en taal, naar de kleine en grote historische herinneringen die onder de Europese constructie liggen. Hij begreep dat Europa niet alleen bestaat in vergaderzalen, maar ook in het alledaagse leven van mensen: in de manier waarop ze samenleven, herinneren, praten, vrezen, hopen en zich tot elkaar verhouden.

Die dubbele blik — institutioneel én menselijk, structureel én cultureel — maakte zijn werk voor mij zo bijzonder. Europa wordt pas werkelijk zichtbaar wanneer je beide niveaus tegelijk probeert te zien.

De verschillende Europa’s verstaanbaar maken

Wat Mathieu bovendien deed als weinig anderen, was de verschillende Europese perspectieven niet tegen elkaar uitspelen, maar voor elkaar verstaanbaar maken.

Hij zag dat het noorden van Europa vaak anders kijkt dan het zuiden, dat het oosten andere historische ervaringen en veiligheidsreflexen heeft dan het westen, en dat de Europese werkelijkheid niet uniform is. Precies daarin schuilt haar moeilijkheid, maar ook haar rijkdom.

Hij begreep waarom landen in Noord-Europa en bijvoorbeeld Nederland of Duitsland vaak nadruk leggen op stabiliteit, financiële degelijkheid en institutionele voorzichtigheid. Maar hij begreep even goed waarom zuidelijke landen zoals Italië, Spanje, Griekenland of Frankrijk vanuit andere historische, economische en politieke ervaringen vaker nadruk leggen op solidariteit, politieke samenhang en verdere integratie.

En hij miskende evenmin de oostelijke flank.

Integendeel: zijn manier van kijken hielp mij begrijpen hoe lang de Europese blik voornamelijk vanuit Parijs, Berlijn en andere West-Europese hoofdsteden werd gevormd. De veiligheidszorgen van Polen, de Baltische staten of Finland konden vanuit dat relatief comfortabele westen gemakkelijk als overdreven of perifeer worden beschouwd. De Russische dreiging werd er anders waargenomen; de herinnering aan bezetting, overheersing en gedwongen afhankelijkheid was er verder verwijderd.

Tegelijkertijd bestaan in Zuid-Europa andere urgente geografische werkelijkheden: migratie over de Middellandse Zee, de relatie met Noord-Afrika, en voor landen als Griekenland en Cyprus de complexe verhouding met Turkije. Verschillende dreigingen en verschillende geschiedenissen produceren verschillende manieren van kijken.

Mathieu slaagde erin die perspectieven samen te brengen zonder ze tot karikaturen te reduceren. Hij toonde dat Europa geen platte kaart is, maar een ruimte van overlappende geschiedenissen, belangen, trauma’s, herinneringen en verwachtingen.

Maastricht: het grote en het kleine Europa

Misschien paste Maastricht daarom zo goed bij hem.

Mathieu werd er geboren en keerde er, na verblijven en werkzaamheden elders, met zijn gezin naar terug. De stad was bovendien verbonden met een van zijn vroegste Europese herinneringen. Tijdens de Europese top van december 1991 probeerde de vijftienjarige Mathieu een glimp op te vangen van de leiders die voor het Verdrag van Maastricht bijeen waren gekomen. Eerst wandelde hij vanuit Wyck naar het hotel waar Helmut Kohl verbleef. Toen hoge hekken hem daar tegenhielden, stapte hij op zijn fiets richting het Gouvernement aan de Maas in de hoop François Mitterrand, Giulio Andreotti of een van de andere hoofdrolspelers te zien. Uiteindelijk moest hij de top, zoals bijna iedereen, op televisie volgen.

Het is een bijna symbolische anekdote: de grote Europese politiek die letterlijk neerstrijkt in de straten waarin iemand opgroeit.

Maastricht markeerde de culminatie van een bredere integratiegolf. Onder Jacques Delors en met de politieke steun van onder anderen Kohl en Mitterrand werd een synthese gemaakt van een belangrijk hoofdstuk van de naoorlogse Europese integratie en een volgende fase geopend. Eerdere stappen — de Europese Akte, Schengen, Erasmus — hadden het continent al dichter bij elkaar gebracht. Maastricht gaf aan dat proces opnieuw richting en politieke diepte.

Maar juist in Maastricht zie je dat grote Europa voortdurend naast een veel kleiner Europa bestaan.

Europa aan het raam

Waarom kwam Mathieu zo graag naar Café Zondag? Waarom juist deze plek, deze toog, deze ramen?

Het interieur van Café Zondag, met bezoekers in gesprek aan tafels bij de open ramen en de bar.
In Café Zondag lopen de straat, de toog en de gesprekken voortdurend in elkaar over.

Was het vanwege het uitzicht op de straten, gevuld met mensen in alle kleuren en maten? De grens tussen binnen en buiten lijkt hier bijzonder dun. Door de grote ramen stroomt de stad bijna het café binnen: voorbijgangers, fietsen, stemmen en onverwachte ontmoetingen.

Terwijl ik mij probeer voor te stellen welke indrukken deze plek op hem naliet, hoor ik rondom mij Frans, Duits, Pools, Italiaans, Engels, Nederlands en natuurlijk Maastrichts. Iemand vertelt over een bezoek aan Barcelona. Een ander wordt verrast door een oude vriendin die plots door het raam naar binnen piept. Elders vang ik flarden op over vakanties en weekendplannen. Aan tafels worden gesprekken begonnen, onderbroken en weer hervat; buiten kruisen blikken elkaar voordat mensen verdergaan.

Misschien was het precies dat wat Mathieu aantrok in Café Zondag: verschillende perspectieven op de Europese samenleving die van alle kanten komen aanwaaien. Niet in de vorm van beleidsnota’s of grote verklaringen, maar als stemmen, gebaren en alledaagse ontmoetingen.

Tussen alle beweging en ogenschijnlijke chaos valt één constante op: mensen herkennen en erkennen elkaar. Een blik door het raam, een begroeting aan de toog, een gesprek dat uitwaaiert naar andere plaatsen en andere levens. Iedere ontmoeting opent voor even een ander gezichtspunt op de wereld.

Zoals Europa zelf een meervoudig mozaïek is: opgebouwd uit verschillende stemmen, talen, herinneringen en manieren van kijken. Geen eenvoudige of uniforme werkelijkheid, maar de uitkomst van een gelaagde geschiedenis en cultuur.

Misschien vond Mathieu hier geen miniatuurversie van Europa. Misschien is dat te gemakkelijk.

Maar wel een plek vanwaaruit het zich laat observeren: van dichtbij, voortdurend in beweging en altijd vanuit meer dan één perspectief tegelijk.

Wanneer ik nu over het Vrijthof of de Markt wandel, probeer ik Maastricht ook op die manier te bekijken: als een plek die tegelijk sterk geworteld en kosmopolitisch kan zijn. Het grote Europa van verdragen, universiteiten en politiek bestaat er naast het kleine Europa van cafés, gesprekken, markten en toevallige ontmoetingen.

Het ene kan zonder het andere nauwelijks worden begrepen.

Avondzicht over de Maas en de Sint Servaasbrug in Maastricht, met boten langs de kade.
Maastricht: stad van een Europees verdrag, maar ook van bruggen, grenzen en dagelijks verkeer.

Literatuur als toegang tot Europa

Een andere reden waarom Mathieu voor mij zo’n essentiële stem is, is zijn overtuiging dat je Europa niet werkelijk begrijpt via beleidstaal alleen.

Wie Europa uitsluitend bekijkt via non-fictie, verdragen, statistieken en politieke analyses, ziet veel — maar niet alles. Mathieu benadrukte de kracht van literatuur als toegang tot het continent. De grote Europese romans waren voor hem geen decoratieve aanvulling op geschiedenis of politiek, maar een andere manier om Europa te leren kennen.

Dat inzicht heeft mij diep geraakt.

Romans en verhalen kunnen lagen blootleggen die in beleidsdocumenten en journalistieke analyses gemakkelijk verdwijnen. Ze tonen vernedering, verlies, melancholie, geweld, verlangen, hoop en dubbelzinnigheid. Ze laten zien hoe grote historische veranderingen door individuele levens lopen. Ze geven Europa niet alleen een structuur, maar ook een menselijke textuur.

Via schrijvers als Curzio Malaparte wordt een taal toegevoegd aan de institutionele en politieke taal van Brussel en Straatsburg. Een taal die minder ordelijk is, maar daardoor soms dichter komt bij de tegenstrijdigheden van het continent zelf.

Het is een van de waardevolste lessen die ik van Mathieu heb meegekregen: politieke kennis alleen volstaat niet. Wie Europa wil begrijpen, moet ook leren lezen en luisteren, kijken en voelen. Niet alleen naar de conclusies aan de oppervlakte, maar ook naar de onderstromen.

Europa als een federaal geheel

Geel-zwarte muurschildering van drie mensen rond een cafétafel in Café Zondag.
Ontmoeting, gesprek en cultuur op de muren van Café Zondag.

Mathieu heeft mij ook geleerd Europa op een fundamenteel federalistische manier te bekijken.

Niet als een grijze massa waarin verschillen uiteindelijk moeten verdwijnen. Evenmin als een toevallige verzameling staten die elkaar slechts uit strategisch eigenbelang verdragen. Maar als een geheel waarin onderscheiden identiteiten, geschiedenissen en politieke culturen juist betekenis krijgen door hun combinatie.

Misschien is dat de diepere gedachte achter mijn beeld van Europa als een gelaagde taart.

Niet omdat landen of bevolkingen tot simpele smaken kunnen worden teruggebracht. Wel omdat ieder laagje een eigen kleur, textuur en geschiedenis bezit. Je kunt die lagen afzonderlijk bestuderen en proberen hun eigen logica te begrijpen. Een federalistische blik vraagt juist om respect voor verschil, autonomie en eigenheid.

Maar samen ontstaat iets wat geen van de afzonderlijke delen alleen bezit.

Wie alle lagen volledig door elkaar mengt, behoudt misschien dezelfde ingrediënten, maar verliest hun structuur en eigenheid. Wie slechts één laag proeft en denkt daarmee de hele taart te kennen, mist het geheel.

Europa is daarom ook niet simpelweg de samenvoeging van een voormalig Oostblok en een West-Europees blok dat na 1945 sterk werd gevormd door de trans-Atlantische verhouding, Amerikaanse veiligheidsgaranties en de Marshallhulp. Uit die uiteenlopende ervaringen is ondertussen iets nieuws ontstaan. De afzonderlijke geschiedenissen blijven bestaan, maar hun combinatie heeft een nieuwe politieke, maatschappelijke en culturele werkelijkheid gecreëerd — met een eigen kleur en een eigen smaak.

Dat is voor mij een diep federalistische gedachte.

Eenheid ontstaat niet noodzakelijk door uniformiteit. Zij kan juist ontstaan door verschil politiek vorm te geven zonder dat verschil uit te wissen.

En ook daarbij is de positie vanwaaruit je kijkt essentieel. Van een afstand zie je één geheel. Kom je dichterbij, dan verschijnen de afzonderlijke lagen, de breuken, overlappingen en verbindingen. Pas wanneer je bereid bent tussen die perspectieven te bewegen, begint het volledige verhaal zichtbaar te worden.

Kijken

Als ik de relevantie van Mathieu Segers voor mij in één woord zou moeten samenvatten, dan is het: kijken.

Anders kijken. Genuanceerder kijken. Gelaagder kijken. Met meer historische diepte, meer geografische breedte en meer menselijke aandacht.

Niet blijven hangen in clichés, nationale reflexen, gemakzuchtige tegenstellingen of oppervlakkige analyses. Maar proberen te zien hoe samenlevingen worden gevormd door geschiedenis, geheugen, structuren, belangen, ideeën en emoties.

Dat is uiteindelijk ook een van de fundamentele opdrachten van de historicus: opnieuw leren kijken. Via cijfers en data, gebeurtenissen en oorspronkelijke bronnen, sociaal-economische omstandigheden en menselijke getuigenissen proberen een context zichtbaar te maken die vanuit het heden gemakkelijk verdwijnt.

Zonder daarbij — hoe verleidelijk dat soms ook is — in nostalgie te blijven hangen. Het verleden moet onze blik op het heden verdiepen, niet vertroebelen.

Mathieu heeft mij geleerd dat Europa alleen te begrijpen is wanneer je bereid bent verder te kijken dan de onmiddellijk zichtbare laag.

Daarom deze opdracht

Als er één iemand is die mijn perspectief op Europa heeft veranderd en verdiept, die mij Europa op een andere manier heeft doen begrijpen en beleven — en daardoor misschien zelfs een beetje anders heeft doen leven — dan is het Mathieu Segers.

Daarvoor ben ik hem dankbaar.

Daarom is hij een van de inspiratiebronnen achter dit project. Daarom draag ik Europe’s Blind Spots ook deels aan hem op.

Niet als rituele beleefdheid, maar omdat hij werkelijk iets in mijn blik heeft verschoven. Hij heeft mij geleerd dat veel van wat Europa wezenlijk maakt zich juist bevindt in de hoekjes en kantjes die in het grote politieke debat gemakkelijk buiten beeld blijven.

In de geschiedenis achter een instelling.

In een roman achter een politiek conflict.

In het perspectief van een land dat vanaf de andere kant naar dezelfde kaart kijkt.

Of gewoon in een café in Maastricht, aan een raam waar verschillende talen, verhalen en levens elkaar voor even kruisen.

Hij heeft mijn Europese blind spots minder blind gemaakt.

En misschien is dat ook wat dit project, in zijn beste vorm, moet proberen te doen.